50 vragen aan onze burgemeester

 

  1. Gaston, vele Essenaren kennen jou als diegene die nu reeds 12 jaar onze burgemeester is. Maar kan je eens vertellen wie je bent als privépersoon?

 

Zeker, geen probleem. Ik ben geboren in 1971, en ben opgegroeid in Kalmthout. Ik ben een zoon van hardwerkende zelfstandigen; mijn vader had een schrijnwerkerij. Maar daar was ik niet voor in de wieg gelegd, ik ben veel te onhandig J. Ik zat liever in de boeken te lezen en heb dan mijn middelbaar gedaan in Essen, op het College. Nadien ben ik Rechten gaan studeren.

 

Ondertussen had ik een vriendenkring in Essen, en ben ik getrouwd met Anja Maas, afkomstig van Wildert. Dat is alweer 21 jaar geleden. En vandaag hebben we drie kinderen: Florian (bijna 18), Elias (16) en Emilia (13).

 

  1. Hoe ben jij in de politiek terecht gekomen?

 

Ik was eigenlijk van jongsaf aan heel geïnteresseerd in de politiek, en las de krant van binnen en van buiten. Toen ik nog klein was, kwamen er nogal eens Kalmthoutse politici over de vloer bij ons thuis, en later op het College kreeg ik de smaak te pakken. Nadat ik als licentiaat Rechten was afgestudeerd, ben ik gaan werken op het kabinet van Vlaams minister Wivina Demeester. Zij is in feite mijn “politieke leermeester” geweest. Nadien heb ik ook nog voor de jonge minister Inge Vervotte gewerkt. Ondertussen was ik voorzitter geworden van de CVP-Jongeren van Essen, waar ik erg goed samenwerkte met Dirk Nelen, die toen voorzitter was van CVP-Essen. Ik deed in 2000 mee aan de verkiezingen, en was, ietwat verrassend, rechtstreeks verkozen.

 

  1. Wat heb je zoal kunnen leren van de ministers waarvoor je vroeger werkte?

 

Wivina Demeester was niet alleen bezig met de grote politieke en financiële dossiers, maar ook met de concrete alledaagse vragen van mensen. Dat evenwicht heb ik daar gevonden denk ik. Je vertrekt van de wensen die burgers hebben, en je moet de grote lijnen in het oog houden, de langere termijn. Van haar heb ik ook geleerd dat je je dossiers heel goed moet kennen: je moet erop studeren, zodat je zelf de dossiers beter kent dan iemand anders. En Wivina Demeester was een schitterende minister van Financiën. Ook het cijfermatige heb ik overgehouden: je moet ervoor zorgen dat de kas klopt. Van Inge Vervotte heb ik dan weer haar enthousiasme onthouden, en heb denk ik ook de nodige portie koppigheid overgehouden, in positieve zin dan hé. Zoiets als “de aanhouder wint”.

 

  1. Je was al van jongsaf aan geïnteresseerd in politiek. Wie zijn dan je politieke favorieten?

 

Op wereldvlak zijn dat absoluut Nelson Mandela en Barack Obama. In België heb ik het voor Jean-Luc Dehaene. Mandela hield van de mensen, en kon vergiffenis schenken. Obama heeft een ongelooflijk charisma. En Dehaene was een doener, was creatief en zocht naar consensus maar kon ook knopen doorhakken!

 

  1. Was het toeval dat je bij CD&V bent beland?

 

Zeker niet. Ik ben opgegroeid in een katholieke omgeving, en de christendemocratie is voor mij de beste ideologie om voor de gemeenschap iets goeds te doen: het vertrekt van de mens, zegt dat elke mens uniek is en dat die zich maar goed kan ontplooien in relatie met anderen.

 

  1. Is dat ook van CD&V in Essen het DNA?

 

Ja, het christendemocratische gedachtengoed is een perfect recept voor een goed gemeentelijk beleid, op maat van Essen. De mensen zijn ons uitgangspunt, en élke mens telt: rijk of arm, maakt niet uit. En het is belangrijk dat iedereen de kans krijgt om zich te ontplooien: goed onderwijs, een gezinsvriendelijk beleid, en veel aandacht voor verenigingen staan dan ook centraal in ons gemeentelijk beleid!

 

Ik ga je een voorbeeld geven van iets wat me goed is bijgebleven: In volle asielcrisis beslisten we dat er ook asielzoekers moesten opgevangen worden in het Paviljoen op Heikant. Dat om te vermijden dat alle asielzoekers zich zouden concentreren in Essen-Centrum. We kregen wat tegenkanting van sommige mensen op Heikant, omdat zij zich bedreigd voelden. Er ging een petitie rond, en in de gemeenteraad heb ik toen beleefd, maar ook met veel passie, uitgelegd waarom we de asielzoekers ook gingen opvangen op Heikant. Ook vluchtelingen zijn mensen, met een moeder en vader, soms met kindjes…  

 

  1. Hoe ziet een dag van een burgemeester er eigenlijk uit?

 

Geen enkele dag is hetzelfde, dat maakt het ook plezant. Meestal begin ik op mijn bureau met het lezen van het politieverslag, waarin staat wat er de voorbije 24 uren allemaal gebeurd is. En moet ik daar meer over weten, dan bel ik met de politie of met iemand anders van de hulpdiensten. Verder heb ik overdag nogal wat overleg met onze ambtenaren van het gemeentehuis, bereid ik een nota voor, bereid ik de vergaderingen van het schepencollege voor die elke woensdag doorgaan, en heb ik afspraken over vanalles en nog wat. Regelmatig begeef ik me ergens ter plaatse, om met m’n eigen ogen te gaan kijken: een voetpad dat er slecht bijligt, een bouwovertreding, enz. Maar ik ben ook dikwijls buiten Essen: voor vergaderingen van de brandweer, politiecollege, op de provincie, enz.      

 

  1. Wat zijn volgens jou de belangrijkste troeven van Essen?

 

Essen heeft een goede mix aan verenigingen, scholen en bedrijven. Dat maakt dat we een aantrekkelijke woongemeente zijn. De gemeente leeft, onze kinderen kunnen dichtbij naar school, er zijn feestjes, vele verenigingen die schitterend werk leveren, en veel bedrijven die jobs aanbieden en verenigingen sponsoren. Ook de goede spoorverbindingen zijn natuurlijk een troef!

 

  1. Het onderwijs is een troef voor Essen. Leg dat eens uit?

 

We hebben vele goede scholen, en in het secundair onderwijs worden vele richtingen aangeboden. Heel wat Essense jongeren kunnen dus dichtbij huis naar school. Wij vinden dat misschien normaal, maar dat is het niet. Kijk maar eens naar vele andere gemeenten; daar moeten jongeren van 14 of 15 jaar soms een lange bus- of treinrit maken, ’s morgens en ’s avonds, en verliezen daarmee heel wat tijd. Bovendien zorgt het onderwijs ook voor veel jobs en investeringen.

 

  1. Zetten de gemeente en jijzelf daar dan ook op in?

 

Zeker en vast, wij voeren een heel actief onderwijsbeleid. Het gemeentebestuur overlegt veel met de directies van de scholen, en brengt hen ook bij elkaar. We zoeken altijd naar mogelijkheden om de scholen te ondersteunen. Alle beetjes helpen om een regionaal scholencentrum te blijven. Ook hebben we de voorbije jaren mee geïnvesteerd in het Tatteljee. Want ook daar volgen honderden Essenaren elk jaar weer allerlei cursussen. Een prachtig aanbod aan permanente vorming in eigen gemeente, da’s toch mooi?  

 

Zelf ben ik in voorzitter van het schoolbestuur van het College van het Eucharistisch Hart, “de Rommeshoef”. Het is heel boeiend om “vanuit de binnenkant” naar het onderwijs te kijken. Zo tracht ik zelf mijn steentje bij te dragen om ook de volgende decennia een sterk scholencentrum te blijven.

 

  1. Wat zijn de grootste problemen voor Essen?

 

Ik spreek liever in termen van “uitdagingen”. Die zijn er natuurlijk wel: Als we het enkel vanuit Belgisch perspectief bekijken, dan is onze ligging aan de grens soms een nadeel; We wonen dan “helemaal aan de grens”. Maar als we het vanuit breder perspectief bekijken, dan is onze ligging een voordeel: in het midden tussen Antwerpen en Rotterdam!  Een andere uitdaging is de afstand tussen Essen en Klina. We moeten daar creatieve oplossingen voor zoeken. Ik vind ook dat Essen nog altijd een “te grijs” imago heeft. We moeten van “Essen” meer een sterk merk maken. Gelukkig zijn we wel op de goede weg: met ontwikkelingen zoals aan het Rangeerstation en evenementen als (N)iemandsland krijgen we meer en meer een hele positieve uitstraling.

 

  1. (N)iemandsland is een mooi voorbeeld. Is het bewust dat je de voorbije jaren zo actief bent geweest om grote evenementen naar Essen te halen?

 

Ja, die massa evenementen brengen veel positiviteit in onze gemeenschap. En het zorgt ervoor dat onze mensen fier zijn op Essen! In feite zijn we ermee gestart in 2009, met het formidabele feestjaar “850 jaar Essen”. Een gigantisch succes. Nadien hebben we o.a. Vlaanderen Muziekland, Feest op het Plein, de Enecotour en de Binckbank Tour naar Essen gehaald. Maar we mogen ook gerust vermelden dat we gastgemeente waren voor de Special Olympics en we hebben gepionierd met de organisatie van de Village Trail. Dat kost geld, maar maatschappelijk zijn het volgens mij allemaal opbrengsten! (N)iemandsland bouwt eigenlijk voort op 850 jaar Essen: honderden Essenaren werken samen aan een groot project. Zo leren zij elkaar kennen, leren uit het professionalisme en kunnen dit doorgeven aan ons verenigingsleven. En we zetten Essen op de kaart!

 

  1. Vele van deze evenementen worden georganiseerd door de vzw Kobie. Daar ben jij de voorzitter van?

 

Ja, sinds de oprichting ben ik daarvan voorzitter. Essen was één van de eerste gemeenten die een gemeentelijke vzw heeft opgericht. Zo konden we de expertise van vrijwilligers samenbrengen met de gemeentelijke cultuurdienst. En of het heeft gewerkt! Vele duizenden Essenaren en niet-Essenaren komen jaarlijks naar de activiteiten van Kobie. Naar de elf julivieringen, maar ook naar the Scabs, de Kreuners, naar Tourist LeMC, enz. Toch schitterend dat die allemaal naar Essen komen? We moeten goed oppassen dat we niet in het vaarwater komen van de verenigingen. We moeten nog meer inzetten om met bestaande verenigingen samen te werken, zodat verenigingen ook organisaties kunnen opzetten die ze op zichzelf niet aankunnen. Win-winmogelijkheden opzoeken dus!

 

  1. Essen ligt ver weg van Klina. Daar kunnen we toch niets aan veranderen?

 

Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat we geen slim beleid kunnen voeren. Ondertussen hebben we met Klina kunnen afspreken dat zij gaan investeren in een nieuwe Polikliniek, in feite een nieuw gezondheidscentrum in Essen. Dat zal tot gevolg hebben dat veel Essenaren niet meer naar Brasschaat moeten voor een onderzoek. En verder denk ik dat een uitbreiding van de Minder Mobielen Centrale een alternatief kan zijn voor het slecht georganiseerde openbaar vervoer naar Klina. Heel dit project zie ik als mijn stokpaardje: een nieuw leven geven aan de vroegere kliniek en heel de omgeving van de Nollekensstraat tot aan de grens zien als een toekomstgerichte cluster van wonen en zorg.      

 

  1. De NVA-ministers vinden dat gemeenten moeten fusioneren om groter te worden. Hoe sta jij daar tegenover?

 

Dat vind ik een heel slecht idee. Een gemeente als Essen heeft de ideale grootte om goed bestuurd te kunnen worden. Onze inwoners zijn geen anonieme nummers, maar personen met een gezicht. Er is een goed contact tussen beleidsvoerders en inwoners, en tussen onze inwoners en de diensten van het gemeentehuis. Dat zou allemaal teniet gaan in een grotere gemeente, waar de afstand tussen “het gemeentehuis” en de inwoners hoe dan ook veel groter zou worden. Wel moeten we, daar waar het opbrengt, samenwerken met andere gemeenten. Dat doen we nu ook al. Zo besteden Essen, Wuustwezel en Kalmthout samen de asfalteringswerken aan en krijgen we betere prijzen. En die evolutie zal volgens mij in de toekomst nog verder gaan.

 

  1. Moeten we ook niet meer samenwerken met onze Nederlandse buurgemeenten?

 

Je neemt me de woorden uit de mond. We laten daar nog te veel kansen liggen. We hebben vier Nederlandse buurgemeenten, Roosendaal, Zundert, Rucphen en Woensdrecht. Op sommige vlakken hebben zij kennis in huis die wij niet of minder hebben. Waarom zouden we dan niet samen een plan uitwerken? Of hun standaardbestek gebruiken? Maar ook op andere vlakken geldt dat: we moeten ervoor zorgen dat het gemakkelijker wordt om als Essenaar in Nederland te gaan werken. Ook op het vlak van de hulpverlening en politie is het belangrijk dat we elkaar goed kennen, zodat we in tijden van nood elkaar kunnen bijstaan.

 

  1. En ondertussen ben jij een goede bekende van uw Nederlandse collega’s?

 

Jawel. De burgemeesters van Roosendaal en Woensdrecht zijn in Essen niet zo bekend, maar voor mij zijn het goede collega’s. Een tijdje geleden heeft de burgemeester van Woensdrecht nog een hele dag met mij meegedraaid in Essen. Zo kunnen we ook van elkaar nog bijleren. En enkele jaren geleden, toen we te maken hadden met een mogelijke elektriciteitsschaarste, heb ik de hulp ingeroepen van de burgemeester van Roosendaal. In Nispen werd toen een opvangcentrum ter beschikking gesteld. Goede informele contacten kunnen dus goed helpen!

 

  1. Je staat bekend als een burgemeester die het verenigingsleven een erg warm hart toedraagt. Waarom vind je dat zo belangrijk?

 

Dat gaat terug tot mijn innige christendemocratische overtuiging: Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn, en kan zich maar echt als mens ontplooien samen met anderen. Verenigingen zijn daar het beste voorbeeld van. Verenigingen zorgen ervoor dat er minder mensen eenzaam zijn, dat mensen uit hun kot komen, dat er minder verzuring is, enz. Zij zijn het peper en zout van Essen. Door de verenigingen zijn we geen slaapgemeente, maar wel een wakkere en actieve gemeenschap. Daar ben ik erg blij om.

 

  1. En dus doet de gemeente veel voor deze verenigingen?

 

Exact. We moeten altijd een verenigingsvriendelijke gemeente zijn. Enkele jaren geleden hebben we een evenementencoördinator aangenomen om het de vrijwilligers wat gemakkelijker te maken, en we zijn blijven investeren in de uitleenmaterialen. Nu moeten we ervoor zorgen dat de vele regels, op allerlei vlak, niet verlammend werken. We moeten vrijwilligers koesteren, en hen niet opzadelen met allerlei overbodig papierwerk en bureaucratische regeltjes.  

 

  1. Soms wordt er welk eens geklaagd over de veiligheidsmaatregelen die opgelegd worden...

 

Dat snap ik, maar ik moet soms als burgemeester mijn verantwoordelijkheid nemen. Het is heel erg goed dat verenigingen evenementen organiseren, en veel volk bijeenbrengen. Maar soms leidt dat ook tot risico’s. Dan moeten er voldoende nooduitgangen zijn, de verzekering moet in orde zijn, enz. Ik probeer dit met gezond verstand te benaderen, zodat de manifestaties ook in de toekomst kunnen blijven doorgaan, maar ik probeer de verenigingen ook wel te beschermen tegen zichzelf, door hen te laten nadenken over de risico’s en maatregelen te nemen, zodat hun aansprakelijkheid gedekt is voor het geval er toch een ongeval zou gebeuren.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.