50 vragen aan onze burgemeester

  1. Gaston, vele Essenaren kennen jou als diegene die nu reeds 12 jaar onze burgemeester is. Maar kan je eens vertellen wie je bent als privépersoon?

 

Zeker, geen probleem. Ik ben geboren in 1971, en ben opgegroeid in Kalmthout. Ik ben een zoon van hardwerkende zelfstandigen; mijn vader had een schrijnwerkerij. Maar daar was ik niet voor in de wieg gelegd, ik ben veel te onhandig J. Ik zat liever in de boeken te lezen en heb dan mijn middelbaar gedaan in Essen, op het College. Nadien ben ik Rechten gaan studeren.

 

Ondertussen had ik een vriendenkring in Essen, en ben ik getrouwd met Anja Maas, afkomstig van Wildert. Dat is alweer 21 jaar geleden. En vandaag hebben we drie kinderen: Florian (bijna 18), Elias (16) en Emilia (13).

 

  1. Hoe ben jij in de politiek terecht gekomen?

 

Ik was eigenlijk van jongsaf aan heel geïnteresseerd in de politiek, en las de krant van binnen en van buiten. Toen ik nog klein was, kwamen er nogal eens Kalmthoutse politici over de vloer bij ons thuis, en later op het College kreeg ik de smaak te pakken. Nadat ik als licentiaat Rechten was afgestudeerd, ben ik gaan werken op het kabinet van Vlaams minister Wivina Demeester. Zij is in feite mijn “politieke leermeester” geweest. Nadien heb ik ook nog voor de jonge minister Inge Vervotte gewerkt. Ondertussen was ik voorzitter geworden van de CVP-Jongeren van Essen, waar ik erg goed samenwerkte met Dirk Nelen, die toen voorzitter was van CVP-Essen. Ik deed in 2000 mee aan de verkiezingen, en was, ietwat verrassend, rechtstreeks verkozen.

 

  1. Wat heb je zoal kunnen leren van de ministers waarvoor je vroeger werkte?

 

Wivina Demeester was niet alleen bezig met de grote politieke en financiële dossiers, maar ook met de concrete alledaagse vragen van mensen. Dat evenwicht heb ik daar gevonden denk ik. Je vertrekt van de wensen die burgers hebben, en je moet de grote lijnen in het oog houden, de langere termijn. Van haar heb ik ook geleerd dat je je dossiers heel goed moet kennen: je moet erop studeren, zodat je zelf de dossiers beter kent dan iemand anders. En Wivina Demeester was een schitterende minister van Financiën. Ook het cijfermatige heb ik overgehouden: je moet ervoor zorgen dat de kas klopt. Van Inge Vervotte heb ik dan weer haar enthousiasme onthouden, en heb denk ik ook de nodige portie koppigheid overgehouden, in positieve zin dan hé. Zoiets als “de aanhouder wint”.

 

  1. Je was al van jongsaf aan geïnteresseerd in politiek. Wie zijn dan je politieke favorieten?

 

Op wereldvlak zijn dat absoluut Nelson Mandela en Barack Obama. In België heb ik het voor Jean-Luc Dehaene. Mandela hield van de mensen, en kon vergiffenis schenken. Obama heeft een ongelooflijk charisma. En Dehaene was een doener, was creatief en zocht naar consensus maar kon ook knopen doorhakken!

 

  1. Was het toeval dat je bij CD&V bent beland?

 

Zeker niet. Ik ben opgegroeid in een katholieke omgeving, en de christendemocratie is voor mij de beste ideologie om voor de gemeenschap iets goeds te doen: het vertrekt van de mens, zegt dat elke mens uniek is en dat die zich maar goed kan ontplooien in relatie met anderen.

 

  1. Is dat ook van CD&V in Essen het DNA?

 

Ja, het christendemocratische gedachtengoed is een perfect recept voor een goed gemeentelijk beleid, op maat van Essen. De mensen zijn ons uitgangspunt, en élke mens telt: rijk of arm, maakt niet uit. En het is belangrijk dat iedereen de kans krijgt om zich te ontplooien: goed onderwijs, een gezinsvriendelijk beleid, en veel aandacht voor verenigingen staan dan ook centraal in ons gemeentelijk beleid!

 

Ik ga je een voorbeeld geven van iets wat me goed is bijgebleven: In volle asielcrisis beslisten we dat er ook asielzoekers moesten opgevangen worden in het Paviljoen op Heikant. Dat om te vermijden dat alle asielzoekers zich zouden concentreren in Essen-Centrum. We kregen wat tegenkanting van sommige mensen op Heikant, omdat zij zich bedreigd voelden. Er ging een petitie rond, en in de gemeenteraad heb ik toen beleefd, maar ook met veel passie, uitgelegd waarom we de asielzoekers ook gingen opvangen op Heikant. Ook vluchtelingen zijn mensen, met een moeder en vader, soms met kindjes…  

 

  1. Hoe ziet een dag van een burgemeester er eigenlijk uit?

 

Geen enkele dag is hetzelfde, dat maakt het ook plezant. Meestal begin ik op mijn bureau met het lezen van het politieverslag, waarin staat wat er de voorbije 24 uren allemaal gebeurd is. En moet ik daar meer over weten, dan bel ik met de politie of met iemand anders van de hulpdiensten. Verder heb ik overdag nogal wat overleg met onze ambtenaren van het gemeentehuis, bereid ik een nota voor, bereid ik de vergaderingen van het schepencollege voor die elke woensdag doorgaan, en heb ik afspraken over vanalles en nog wat. Regelmatig begeef ik me ergens ter plaatse, om met m’n eigen ogen te gaan kijken: een voetpad dat er slecht bijligt, een bouwovertreding, enz. Maar ik ben ook dikwijls buiten Essen: voor vergaderingen van de brandweer, politiecollege, op de provincie, enz.      

 

  1. Wat zijn volgens jou de belangrijkste troeven van Essen?

 

Essen heeft een goede mix aan verenigingen, scholen en bedrijven. Dat maakt dat we een aantrekkelijke woongemeente zijn. De gemeente leeft, onze kinderen kunnen dichtbij naar school, er zijn feestjes, vele verenigingen die schitterend werk leveren, en veel bedrijven die jobs aanbieden en verenigingen sponsoren. Ook de goede spoorverbindingen zijn natuurlijk een troef!

 

  1. Het onderwijs is een troef voor Essen. Leg dat eens uit?

 

We hebben vele goede scholen, en in het secundair onderwijs worden vele richtingen aangeboden. Heel wat Essense jongeren kunnen dus dichtbij huis naar school. Wij vinden dat misschien normaal, maar dat is het niet. Kijk maar eens naar vele andere gemeenten; daar moeten jongeren van 14 of 15 jaar soms een lange bus- of treinrit maken, ’s morgens en ’s avonds, en verliezen daarmee heel wat tijd. Bovendien zorgt het onderwijs ook voor veel jobs en investeringen.

 

  1. Zetten de gemeente en jijzelf daar dan ook op in?

 

Zeker en vast, wij voeren een heel actief onderwijsbeleid. Het gemeentebestuur overlegt veel met de directies van de scholen, en brengt hen ook bij elkaar. We zoeken altijd naar mogelijkheden om de scholen te ondersteunen. Alle beetjes helpen om een regionaal scholencentrum te blijven. Ook hebben we de voorbije jaren mee geïnvesteerd in het Tatteljee. Want ook daar volgen honderden Essenaren elk jaar weer allerlei cursussen. Een prachtig aanbod aan permanente vorming in eigen gemeente, da’s toch mooi?  

 

Zelf ben ik in voorzitter van het schoolbestuur van het College van het Eucharistisch Hart, “de Rommeshoef”. Het is heel boeiend om “vanuit de binnenkant” naar het onderwijs te kijken. Zo tracht ik zelf mijn steentje bij te dragen om ook de volgende decennia een sterk scholencentrum te blijven.

 

  1. Wat zijn de grootste problemen voor Essen?

 

Ik spreek liever in termen van “uitdagingen”. Die zijn er natuurlijk wel: Als we het enkel vanuit Belgisch perspectief bekijken, dan is onze ligging aan de grens soms een nadeel; We wonen dan “helemaal aan de grens”. Maar als we het vanuit breder perspectief bekijken, dan is onze ligging een voordeel: in het midden tussen Antwerpen en Rotterdam!  Een andere uitdaging is de afstand tussen Essen en Klina. We moeten daar creatieve oplossingen voor zoeken. Ik vind ook dat Essen nog altijd een “te grijs” imago heeft. We moeten van “Essen” meer een sterk merk maken. Gelukkig zijn we wel op de goede weg: met ontwikkelingen zoals aan het Rangeerstation en evenementen als (N)iemandsland krijgen we meer en meer een hele positieve uitstraling.

 

  1. (N)iemandsland is een mooi voorbeeld. Is het bewust dat je de voorbije jaren zo actief bent geweest om grote evenementen naar Essen te halen?

 

Ja, die massa evenementen brengen veel positiviteit in onze gemeenschap. En het zorgt ervoor dat onze mensen fier zijn op Essen! In feite zijn we ermee gestart in 2009, met het formidabele feestjaar “850 jaar Essen”. Een gigantisch succes. Nadien hebben we o.a. Vlaanderen Muziekland, Feest op het Plein, de Enecotour en de Binckbank Tour naar Essen gehaald. Maar we mogen ook gerust vermelden dat we gastgemeente waren voor de Special Olympics en we hebben gepionierd met de organisatie van de Village Trail. Dat kost geld, maar maatschappelijk zijn het volgens mij allemaal opbrengsten! (N)iemandsland bouwt eigenlijk voort op 850 jaar Essen: honderden Essenaren werken samen aan een groot project. Zo leren zij elkaar kennen, leren uit het professionalisme en kunnen dit doorgeven aan ons verenigingsleven. En we zetten Essen op de kaart!

 

  1. Vele van deze evenementen worden georganiseerd door de vzw Kobie. Daar ben jij de voorzitter van?

 

Ja, sinds de oprichting ben ik daarvan voorzitter. Essen was één van de eerste gemeenten die een gemeentelijke vzw heeft opgericht. Zo konden we de expertise van vrijwilligers samenbrengen met de gemeentelijke cultuurdienst. En of het heeft gewerkt! Vele duizenden Essenaren en niet-Essenaren komen jaarlijks naar de activiteiten van Kobie. Naar de elf julivieringen, maar ook naar the Scabs, de Kreuners, naar Tourist LeMC, enz. Toch schitterend dat die allemaal naar Essen komen? We moeten goed oppassen dat we niet in het vaarwater komen van de verenigingen. We moeten nog meer inzetten om met bestaande verenigingen samen te werken, zodat verenigingen ook organisaties kunnen opzetten die ze op zichzelf niet aankunnen. Win-winmogelijkheden opzoeken dus!

  1. Essen ligt ver weg van Klina. Daar kunnen we toch niets aan veranderen?

 

Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat we geen slim beleid kunnen voeren. Ondertussen hebben we met Klina kunnen afspreken dat zij gaan investeren in een nieuwe Polikliniek, in feite een nieuw gezondheidscentrum in Essen. Dat zal tot gevolg hebben dat veel Essenaren niet meer naar Brasschaat moeten voor een onderzoek. En verder denk ik dat een uitbreiding van de Minder Mobielen Centrale een alternatief kan zijn voor het slecht georganiseerde openbaar vervoer naar Klina. Heel dit project zie ik als mijn stokpaardje: een nieuw leven geven aan de vroegere kliniek en heel de omgeving van de Nollekensstraat tot aan de grens zien als een toekomstgerichte cluster van wonen en zorg.      

 

  1. De NVA-ministers vinden dat gemeenten moeten fusioneren om groter te worden. Hoe sta jij daar tegenover?

 

Dat vind ik een heel slecht idee. Een gemeente als Essen heeft de ideale grootte om goed bestuurd te kunnen worden. Onze inwoners zijn geen anonieme nummers, maar personen met een gezicht. Er is een goed contact tussen beleidsvoerders en inwoners, en tussen onze inwoners en de diensten van het gemeentehuis. Dat zou allemaal teniet gaan in een grotere gemeente, waar de afstand tussen “het gemeentehuis” en de inwoners hoe dan ook veel groter zou worden. Wel moeten we, daar waar het opbrengt, samenwerken met andere gemeenten. Dat doen we nu ook al. Zo besteden Essen, Wuustwezel en Kalmthout samen de asfalteringswerken aan en krijgen we betere prijzen. En die evolutie zal volgens mij in de toekomst nog verder gaan.

 

  1. Moeten we ook niet meer samenwerken met onze Nederlandse buurgemeenten?

 

Je neemt me de woorden uit de mond. We laten daar nog te veel kansen liggen. We hebben vier Nederlandse buurgemeenten, Roosendaal, Zundert, Rucphen en Woensdrecht. Op sommige vlakken hebben zij kennis in huis die wij niet of minder hebben. Waarom zouden we dan niet samen een plan uitwerken? Of hun standaardbestek gebruiken? Maar ook op andere vlakken geldt dat: we moeten ervoor zorgen dat het gemakkelijker wordt om als Essenaar in Nederland te gaan werken. Ook op het vlak van de hulpverlening en politie is het belangrijk dat we elkaar goed kennen, zodat we in tijden van nood elkaar kunnen bijstaan.

 

  1. En ondertussen ben jij een goede bekende van uw Nederlandse collega’s?

 

Jawel. De burgemeesters van Roosendaal en Woensdrecht zijn in Essen niet zo bekend, maar voor mij zijn het goede collega’s. Een tijdje geleden heeft de burgemeester van Woensdrecht nog een hele dag met mij meegedraaid in Essen. Zo kunnen we ook van elkaar nog bijleren. En enkele jaren geleden, toen we te maken hadden met een mogelijke elektriciteitsschaarste, heb ik de hulp ingeroepen van de burgemeester van Roosendaal. In Nispen werd toen een opvangcentrum ter beschikking gesteld. Goede informele contacten kunnen dus goed helpen!

 

  1. Je staat bekend als een burgemeester die het verenigingsleven een erg warm hart toedraagt. Waarom vind je dat zo belangrijk?

 

Dat gaat terug tot mijn innige christendemocratische overtuiging: Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn, en kan zich maar echt als mens ontplooien samen met anderen. Verenigingen zijn daar het beste voorbeeld van. Verenigingen zorgen ervoor dat er minder mensen eenzaam zijn, dat mensen uit hun kot komen, dat er minder verzuring is, enz. Zij zijn het peper en zout van Essen. Door de verenigingen zijn we geen slaapgemeente, maar wel een wakkere en actieve gemeenschap. Daar ben ik erg blij om.

 

  1. En dus doet de gemeente veel voor deze verenigingen?

 

Exact. We moeten altijd een verenigingsvriendelijke gemeente zijn. Enkele jaren geleden hebben we een evenementencoördinator aangenomen om het de vrijwilligers wat gemakkelijker te maken, en we zijn blijven investeren in de uitleenmaterialen. Nu moeten we ervoor zorgen dat de vele regels, op allerlei vlak, niet verlammend werken. We moeten vrijwilligers koesteren, en hen niet opzadelen met allerlei overbodig papierwerk en bureaucratische regeltjes.  

 

  1. Soms wordt er welk eens geklaagd over de veiligheidsmaatregelen die opgelegd worden...

 

Dat snap ik, maar ik moet soms als burgemeester mijn verantwoordelijkheid nemen. Het is heel erg goed dat verenigingen evenementen organiseren, en veel volk bijeenbrengen. Maar soms leidt dat ook tot risico’s. Dan moeten er voldoende nooduitgangen zijn, de verzekering moet in orde zijn, enz. Ik probeer dit met gezond verstand te benaderen, zodat de manifestaties ook in de toekomst kunnen blijven doorgaan, maar ik probeer de verenigingen ook wel te beschermen tegen zichzelf, door hen te laten nadenken over de risico’s en maatregelen te nemen, zodat hun aansprakelijkheid gedekt is voor het geval er toch een ongeval zou gebeuren.

 

  1. Zal de gemeente ook de volgende jaren blijven investeren in de uitleendienst?

 

Als het van mij afhangt, zeker en vast! Deze dienstverlening maakt het de verenigingen juist mogelijk om manifestaties te organiseren. We moeten het aanbod goed afstemmen met wat er beschikbaar is bij private verhuurbedrijven, en vooral moeten we werk maken van een goed onderhoud van de materialen.   

 

  1. Aan elke job zijn er goede en minder goede kanten. Ook bij een burgemeester?

 

Ja, best wel. Het is een heel gevarieerde job, dus dat is zeker wel leuk. En je bent toch ook wel een beetje jezelf baas. Aan de andere kant is het een heel intense job: je kan je nooit eens wegsteken, je bent 24/24, elke dag van het jaar, ermee bezig. Je loopt ook constant in de kijker. Dat is wel leuk, maar het kan ook beklemmend zijn. Het slorpt je op. Het is de kunst om goed te kunnen relativeren, én goed te kunnen delegeren en vertrouwen te geven aan de schepenen en ambtenaren. 

  

  1. Wat zijn de ingrediënten om een goede burgemeester te zijn?

 

(denkt na) Hmm, je moet van vele markten thuis zijn: je moet kunnen omgaan met iedereen en je gemakkelijk kunnen aanpassen aan de omstandigheden. Het ene uur ben je in gesprek met de gouverneur, enkele uren nadien heb je een vergadering over een bouwdossier, en het uur nadien ga je langs bij mensen die vijftig jaar getrouwd zijn. Een tweede vereiste is dat je snel dossiers kan instuderen. Mijn achtergrond als jurist is daarbij zeker een hulpmiddel. Een derde voordeel is je netwerk. Belangrijk is ook dat je durft om knopen door te hakken. Geen beslissing is dikwijls de slechtste beslissing. Vandaar moet je als burgemeester je verantwoordelijkheid durven opnemen en duidelijkheid scheppen. Je moet ook tijd willen vrijmaken: het is alles behalve een 8 to 5 job. Je partner en gezin zijn dus ook heel belangrijk. Als zij het niet zien zitten, dan kan je onmogelijk een goede burgemeester zijn.

 

Maar last but not least: je moet de mensen graag zien. Je moet gewoon goed willen doen voor iedereen. Je bent burgemeester van en voor iedereen. 

 

  1. Je moet knopen kunnen doorhakken. Kunnen we nog één keer terugkomen op het zwembad…?

 

Dat is inderdaad een goed voorbeeld. Ik knip natuurlijk liever lintjes door dan dingen te sluiten, maar soms moet je op langere termijn durven kijken. Het was geen vraag of we het versleten zwembad zouden open houden of sluiten, maar wel of we een nieuw zwembad zouden bouwen, of dat geld in iets anders zouden steken. We hebben ervoor gekozen om veel geld te investeren in verkeersveiligheid. Kijk maar naar de fietspaden Moerkantsebaan, Nieuwmoersesteenweg en Over d’Aa. En we zorgen ervoor dat onze scholen en mensen financieel voordelig in de naburige zwembaden terecht kunnen. Het is een kwestie om dit goed uit te leggen. Ik ben er zeker van dat vele Essenaren dat begrijpen.      

25. Je moet als burgemeester dus zowel goed je dossiers kennen als ook veel babbelen met de inwoners. Klopt dat?

Dat klopt. En de twee moet je graag doen. Ik ga graag naar mensen die een huwelijksjubileum

vieren. Gewoon even thuis opzoeken, samen een glaasje wijn drinken en een stukje taart eten. Dat is op zich al plezant, maar je komt er dikwijls ook heel wat te weten: wat kan er beter in Essen? Wat is er veranderd in de loop van de jaren, ten goede en ook ten kwade? Dat zijn dikwijls hele boeiende verhalen. Hetzelfde als ik een café binnenstap. Mensen zijn er ontspannen en durven soms wat meer te zeggen. En zelf kan ik dan uitleg geven over waarom een beslissing is genomen, en wat er nog te gebeuren staat, enz.

26. Het helpt dus dat je als burgemeester een groot “netwerk” hebt?

Het helpt inderdaad als je op vele vlakken goede aanspreekpunten hebt. Dat netwerk moet je doorheen de jaren opbouwen en onderhouden. Dat is een van de taken waaraan ik veel belang hecht. Je mag dus vooral niet altijd op je bureau blijven zitten, maar naar buiten komen, naar seminaries gaan, enz. In de loop van de jaren heb ik, mag ik wel zeggen, heel wat mensen leren kennen die op vele terreinen actief zijn, wat al meerdere malen erg nuttig is geweest voor de gemeente.

27. Wat zijn volgens jou de prioriteiten voor de volgende jaren?

De volgende jaren moeten we sterk blijven inzetten op de ingeslagen weg om te investeren in verkeersveiligheid, in meer en betere fietspaden, en zeker ook in veel betere voetpaden. Dat staat voor mij met stip op de eerste plaats. Daarbij moeten we altijd beleid voeren met de langere termijn voor ogen. We moeten ervoor zorgen dat de Essenaren ook binnen laat ons zeggen vijftig jaar nog steeds graag in Essen wonen. We moeten dus inschatten hoe onze samenleving evolueert, en hoe we daar het best op kunnen inspelen. Neem nu de evolutie in het fietsgebruik. De elektrische fietsen en de fietsostrades zorgen voor een echte ommekeer, en daar moeten we op inzetten. Maar ook op andere vlakken evolueert onze gemeente, en daar moeten we verstandig op inspringen.

28. We moeten inschatten hoe Essen evolueert. Wat bedoel je daarmee juist?

Ik geef daarvoor twee voorbeelden. Een eerste voorbeeld gaat over de integratie in onze gemeente, en het tweede gaat over de inzet van camera’s.

We merken dat Essen reeds langer een thuis is geworden voor allochtonen, dikwijls mensen afkomstig van Afrika, die de Nederlandse nationaliteit hebben. Zij hebben een andere cultuur en andere gewoonten. Je kan dat fenomeen negeren of doodzwijgen, maar dat is niet mijn stijl. Ik voel heel goed aan dat heel wat Essenaren daar problemen mee hebben. Zij voelen aan dat de identiteit van de gemeente, in het bijzonder van het Centrum, in vrij korte tijd veranderd is. In de steden kennen ze dit al langer, en bv. in Roosendaal helemaal. We moeten die uitdaging dan bespreekbaar stellen en aanpakken. De nieuwe Essenaren moeten zich integreren, we moeten hen daarbij helpen, maar ook plichten opleggen.

29. Over welke plichten heb je het dan?

Ik kan enkele voorbeelden geven. Nogal wat verhuurders van woningen hebben problemen met huurders van allochtone afkomst, omdat zij hun woning slecht verluchten. Er treedt dan condens op, schimmel, enz. Deze huurders moeten weten dat het in ons klimaat noodzakelijk is om de woningen goed te verluchten, ook tijdens de winter. Een ander punt is dat ik vind dat allochtonen beter moeten aansluiten aan ons verenigingsleven: mama’s en papa’s van jonge allochtone voetballertjes moeten hun kinderen komen aanmoedigen langs de kant, en daarna samen een pintje pakken in de kantine. Dat zijn maar enkele voorbeelden van hoe kleine dingen toch een groot verschil kunnen maken.

30. Is het dat wat je bedoelt, met “elkaar te verbinden?”

Ik vind dat het de taak is van een burgemeester om mensen, bedrijven, verenigingen, enz. met elkaar te verbinden. Kijken waar er kan worden samengewerkt, waar er bruggen kunnen gebouwd worden, hoe mensen, hoe culturen, elkaar leren kennen, enz. Een moderne samenleving is een netwerksamenleving, geen samenleving waar alles in kotjes is opgedeeld. We moeten niet de tegenstellingen opzoeken, maar wel de gelijkenissen. En dat heeft niet alleen betrekking op bv. het migrantenprobleem, maar is ook een houding die ook op andere terreinen van toepassing is.

31. Leg dat laatste eens uit?

Laat ons bv. kijken naar de aanvraag voor een bouwvergunning of een kapvergunning. Soms komt het voor dat we te veel kijken naar de letter van de wet, en niet naar de geest van de wet. En dat een bouw- of kapvergunning wordt geweigerd omwille van deze of gene reden. Als we wat meer zouden kijken naar de bedoeling van een bouwaanvraag, dan kunnen we misschien mee zoeken naar een oplossing. Zo hebben we de laatste jaren, zoals elke gemeente in Vlaanderen, geworsteld met een aantal aanvragen voor zorgwonen. Op zich een heel goed idee: kinderen die hun bejaarde ouders dichtbij laten wonen. Maatschappelijk is dat altijd een winst. Echter, volgens de letter van de wet was dat niet altijd mogelijk. We moeten echter de verbinding maken tussen het maatschappelijk nut van het zorgwonen, en de geest van de wet op de ruimtelijke ordening. En dan kan er volgens mij veel meer!

32. En de camera’s?

Een aantal jaren geleden was ook ik geen warme supporter van camera’s. Het leek me te veel op “big brother is watching you”. Vandaag is er meer en meer een draagvlak om camera’s te gebruiken, slim in te zetten. Zo gebruiken we camera’s op die plaatsen waar er stelselmatig overlast en vandalisme is, bv. aan het parochiecentrum Statie. Ook aan Molenheide gaan we dat doen. Of we gebruiken ze bij grote manifestaties, zoals de cyclocross. En we investeren in trajectcontrole zodat de verkeersveiligheid verhoogd wordt, en in camera’s om criminelen op te sporen. Vandaag ben ik dus een sterke voorstander geworden van het gericht en slim inzetten van camera’s.

33. Genoeg uitdagingen voor de toekomst. Maar hoe kijk je terug op de afgelopen twaalf jaar? Zijn er dingen die niet goed aangepakt geweest zijn?

Er zijn zeker zaken waarvan ik zou willen dat die beter waren verlopen. Niet alles is rozengeur en maneschijn. Zo had ik gewild dat we verder hadden gestaan in het beleid rond de versterking van het winkelbeleid. Ook is het spijtig dat we niet verder staan in het veiliger maken van het grote kruispunt aan het Spijker en de Kapelstraat. Maar dat is dan weer eigenlijk niet onze schuld aangezien het een gewestweg is. Het Vlaams Gewest had al lang beloofd om er een conflictvrij kruispunt van te maken, maar tot nu toe is dat nog niet in de praktijk gebracht.

34. En op welke zaken ben je fier?

Er zijn vele schitterende dossiers afgewerkt: de nieuwe Moerkantsebaan met fietspad, waarvan je op een paar jaar kan zien hoe een grote meerwaarde dat is geweest voor Hoek. De mensen in de Weekendzone van Wildert hebben zekerheid gekregen. Het Sportpark is een pareltje geworden, waar vele gemeenten jaloers op zijn. De sterke aandacht voor Rijkmaker zorgt ervoor dat bedrijven in Essen gevestigd blijven en er investeren, en zo worden er jobs gecreëerd. Ik ben ook fier op onze vzw Kobie, waarvan ik sinds de oprichting voorzitter ben. Elk jaar brengen we duizenden Essenaren samen voor knappe voorstellingen en evenementen. En onze vele tientallen verenigingen ervaren een sterke ondersteuning door de gemeente. En dat terwijl onze gemeentelijke financiën perfect in orde zijn. Dus er is zeker heel wat om fier op te zijn!

35. Van de Weekendzone naar het Woonbos. Dat was zeker een dik dossier?

(lacht) Een dossier van ongeveer een halve meter dik! Ik vind nog steeds dat het provinciebestuur daar heel goed werk heeft verricht. We droegen een jarenlange last mee, iets wat historisch was gegroeid en waar veel mensen, met hun spaarcenten, erg bij betrokken waren. En we moeten eerlijk zijn: de gemeente heeft jarenlang een laks beleid gevoerd. Dus het was zeker een gezamenlijke verantwoordelijkheid om dit dossier tot een goed einde te brengen. Het resultaat is dat de mensen er nu mogen blijven wonen, ze er een eenmalige belasting voor betalen, en dat de ontbossing wordt tegengegaan. Dat vind ik een fair verhaal. Nu is het aan ons om, net als in elke wijk, ook in het Woonbos te investeren, in betere wegen en nutsvoorzieningen.

36. De Rijkmaker wordt uitgebreid, maar moeten we ook niet meer aandacht schenken aan de zelfstandigen, bv. winkeliers in het Centrum?

Het is essentieel dat we als gemeente genoeg winkels hebben met een gevarieerd aanbod. Daar profiteert iedereen van: de inwoners kunnen dichtbij naar de winkel, de zelfstandigen hebben een eigen broodwinning en zorgen voor jobs, betalen belastingen, er wordt geïnvesteerd, sponsoren evenementen en verenigingen, enz. We moeten daar dus sterk op inzetten. Ik zie twee uitdagingen: de online economie heeft het winkellandschap fel veranderd. Jonge consumenten kopen veel meer online, wat ten nadele gaat van onze winkels. En daarbij komt dat ons winkelgebied in het Centrum eigenlijk een lang uitgestrekte zone is, zonder echt “winkelhart”. Die uitdagingen moeten we aanpakken, vooral in overleg met de handelaars zelf. Zij hebben dikwijls heel erg goede ideeën, die praktisch ook haalbaar zijn. Als het aan mij ligt, dan richten we een gezamenlijke taskforce op, en gaan we voor zowel de quickwins als voor maatregelen op langere termijn.

37. Burgemeester zijn is een druk leven. Is er nog tijd voor hobby’s?

Ik heb er eigenlijk heel wat: ik lees heel graag, ga graag lekker eten, doe graag een terrasje in Essen, ga graag op reis, een citytrip, ga graag naar de Ardennen en mijn favoriete bestemming is Italië. Het is trouwens mijn droom om ooit nog eens Italiaans te leren, dat vind ik een prachtige taal.

38. Wat zijn je favoriete boeken?

Ik lees redelijk veel, en wissel de genres af: dan weer eens lees ik graag biografieën, dan weer romans, enz. Maar om je een idee te geven: tijdens onze vakantie in Italië las ik vier boeken: “Proeftuin Italië”, een boek over de politieke geschiedenis van Italië met de stelling dat Italië eigenlijk dikwijls vooroploopt (bv. met het fascisme en tegenwoordig het populisme). Een andere kanjer was “Het woeste continent” van Keith Lowe. Een schitterend boek dat de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, eigenlijk de jaren tussen 1945 en 1955 in Europa, behandelt. Dan nog ”het Duitse Meisje”, een roman over een Duits-Poolse familie die op het einde van de Tweede Wereldoorlog op de vlucht is voor de naderende Russen. En als afsluiter “Een huis in Italië”, over een familie die in Umbrië een huis heeft gekocht en het relaas van de verbouwingen en het leven in een rustig Umbrisch dorpje.

39. Van de boeken naar cultuur is een kleine stap. Er wordt wel eens gezegd dat er de laatste jaren veel voor de sport is gedaan, en dat nu de cultuur maar eens aan de beurt moet komen. Ben je het daar mee eens?

We moeten die twee niet tegen elkaar uitspelen. Het is een en/en-verhaal, geen of/of. Onze bibliotheek mag absoluut gezien worden, en de hele bibploeg denkt na over de bib van de toekomst. Maar net zoals met het zwembad, moeten we vermijden dat we in elke gemeente dezelfde cultuurcentra maken. Moeten wij ook een Kadans hebben? Ik pleit eerder voor een “Cultuurpark”, waar we vele voorzieningen op het vlak van cultuur samenbrengen. Eigenlijk zoals het Sportpark, maar dan voor cultuur. Samen met de cultuurpartners moeten we overleggen hoe we dat concreet invullen. Als het van mij afhangt, moet het een niche zijn, en gericht op de concrete noden van de cultuurverenigingen. En voor mijn part op de Statie, want daar zit al heel wat cultuur: de Rex, Tatteljee en Muzarto.

40. Vorig jaar werd het 50ste Burgemeestersfeest georganiseerd. Hoe kijk je daar op terug?

Ik heb er ondertussen al heel wat achter de rug. Dankzij het enthousiaste team die de organisatie op zich neemt, is het elke keer weer een leuk feest. Je moet vooral onthouden dat het feest er altijd op gericht is om zoveel mogelijk geld in te zamelen voor goede doelen. En daar zijn we tot nu toe toch al heel mooi in geslaagd. De voorbije jaren konden we maar liefst zestig duizend euro aan goede doelen geven: tientallen verenigingen hebben kunnen genieten van de knappe ondersteuning.

41. Hoe zit dat eigenlijk met de financiën van de gemeente?

Dankzij een vooruitziend beleid hebben we goed uitgekeken voor we geld uitgaven. Dat doe je als huisgezin ook: je investeert stap voor stap, en je springt niet verder dan nodig. We moeten ervoor zorgen dat we niet boven onze stand leven en toekomstige generaties niet met onze problemen opzadelen. Daarbij komt dat onze inwoners gemiddeld eigenlijk een eerder laag inkomstenniveau hebben. Dat is historisch al zo. Dat maakt dat onze inkomsten uit belastingen veel lager zijn dan bv. in Kalmthout. Maar we kunnen nu wel zeggen dat de financiën goed zitten. Onze schulden zijn sterk gedaald, zodat onze intrestlasten ook weer lager zijn en er meer ruimte is om te investeren.

42. Ik kan me voorstellen dat in die twaalf jaar ook zaken zijn gebeurd die je erg hebben aangegrepen.

Jawel. Dodelijke ongevallen en branden blijven het meest bij. Op dat moment probeer ik mijn rol als burgervader op te nemen: mensen heel nauw bijstaan, troosten, meeleven, beschikbaar zijn, helpen met administratieve plichtplegingen, enz. Dat is een heel intense job, waar ook emoties bij te pas komen. Ik neem dit aspect van de job heel serieus. Het is pas in grote nood dat het duidelijk wordt hoeveel je als burgemeester voor mensen kan betekenen.

Ook de periode dat Essen geteisterd werd door een autopyromaan is me heel goed bijgebleven, en ook de inbrakenplaag op Heikant. Op die momenten ben je dag in dag uit heel intensief bezig, loop je op de tippen van je tenen.

43. Je zetelt ook in het Brandweercollege. Wat is dat voor iets?

De wet heeft bepaald dat brandweerkorpsen moeten opgaan in brandweerzones. Zo is onze brandweer van Essen een deel geworden van de Brandweerzone Rand, waar maar liefst 21 gemeenten deel van uitmaken. Ik ben een van de zes burgemeesters die het dagelijks bestuur waarnemen van deze nieuwe organisatie. Bij onze zone werken maar liefst 850 brandweermannen, en het heeft een budget van ca. € 15 miljoen per jaar. In dit verband probeer ik de collega’s ook wat meer naar Nederland te laten kijken: de schaalvergroting heeft daar niet altijd goed gewerkt. Wij moeten ook leren van de slechte dingen uit Nederland, en dat doen we nog te weinig.

44. Als burgemeester ben je ook het hoofd van de politie. Wat houdt dat precies in?

Als burgemeester ben je het hoofd van de “bestuurlijke politie”. Dat wil zeggen dat je bepaalt aan welke prioriteiten de politie moet werken, je bepaalt mee de getalsterkte en het beschikbare budget, enz. Vanaf het moment dat er een misdrijf is gepleegd en de politie ermee bezig is, dan ben ik niet meer bevoegd. Dan is het aan de Procureur.

45. En gaat er veel tijd naar het politiewerk?

Zeker en vast. Het boeit me ook enorm, ook omdat de politie een grote impact heeft op de gemeente. Ik overleg veel met onze korpschef, en regelmatig spreek ik met onze wijkagenten. En natuurlijk vergader ik dikwijls met mijn collega’s van Wuustwezel en Kalmthout in het Politiecollege. Een nieuwe huisvesting, dynamische wijkwerking en de inbreng van nieuwe technologieën, zoals camera’s die nummerplaten automatisch herkennen, zijn zowat de speerpunten van de toekomst.

46. Het gemeentebestuur organiseerde in augustus vorig jaar een grote bevraging bij de Essenaren. Wat is daaruit gekomen?

We organiseerden die bevraging om eens heel objectief te weten wat de Essenaren belangrijk vinden voor de toekomst. Maar hoe dan ook kregen we uit die bevraging ook info over de tevredenheid van onze Essenaren. En dat was zeker een opsteker! Zo bleek eruit dat de Essenaren erg graag in Essen wonen, en dat ze zeer tevreden zijn over de communicatie en over de dienstverlening vanuit het gemeentehuis.

47. De communicatie scoorde goed. Heeft dat te maken met het mooie maandelijkse gemeentelijke infoblad?

Dat zal een deel van de verklaring zijn, denk ik. Onze EssenInfo is echt een pareltje. Vele communicatiediensten van andere gemeenten hebben onze EssenInfo genomen als voorbeeld. Maar we mogen niet blijven stilzitten, vandaag moeten we al bezig zijn met de EssenInfo van volgende jaren. We zijn geëvolueerd van veel tekst naar meer foto’s, en we moeten verder evolueren naar meer filmpjes. Met andere woorden: onze toekomstige EssenInfo moet meer en meer een onderdeel zijn van een globale communicatie via de sociale media, van boodschappen die we brengen via filmpjes, enz. We moeten nog meer inzetten op tweerichtingscommunicatie: onze inwoners betrekken bij het beleid. Bij het opstellen van plannen voor wegenwerken, maken van keuzes voor de ruimtelijke ordening, enz. Nieuwe vormen van digitale communicatie helpen ons daarin.

48. En ook de dienstverlening van het gemeentehuis scoorde goed. Hoe verklaar je dat?

De mensen die naar het gemeentehuis komen, worden in Essen bijzonder goed onthaald: ze zijn er geen nummer of een vervelende klant, maar ze zijn een aandeelhouder van de gemeente. Het is onze betrachting, en die van onze ambtenaren, dat we onze inwoners, onze aandeelhouders kennen. Het gemeentehuis is hún gemeentehuis!

49. Maar de bevraging diende dus in de eerste plaats om naar de toekomst te kijken?

Dat klopt! Uit de enquête bleek bv. dat we meer moeten inzetten op het probleem van zwerfvuil, en dat de voetpaden beter moeten. Dat moeten dan ook sterke werkpunten worden voor de volgende jaren. Ik ben voorstander om zo’n bevraging te herhalen, bv. in 2020. Uit die nieuwe bevraging moeten we dan opmaken of ons beleid heeft geholpen, en of er bv. nieuwe prioriteiten zijn ontstaan. Maar let op: we moeten nog verder kijken, naar de langere termijn. Zes jaar gaan vlug voorbije, en als bestuurders moeten we de moed hebben om verder te kijken dan zes jaar als er verkiezingen zijn. We moeten durven kijken naar waar we met Essen willen staan in bv. 2040.

50. Toch even naar de onmiddellijke toekomst, naar de verkiezingen van 14 oktober. Ben je optimistisch?

In elk geval hebben we ons best gedaan: we hebben de voorbije jaren mooie zaken verwezenlijkt, zijn betrouwbaar, we hebben een ambitieus en vernieuwend programma gemaakt, en we hebben fantastisch goede kandidaten.

Ik hoop dat de Essenaar dat in het stemhokje zal waarderen!

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.